De bewijzen

1. Bijziendheid wordt veroorzaakt door te veel en te langdurige dichtbij kijken.

In Singapore was het zicht van 421.116 mannen tussen de leeftijd van 15 en 25 onderzocht. In 1974-84 was 26,3% myoop (bijziend); in 1987-91 was 43,3% myoop. Zowel het voorkomen als wel de sterkte van de bijziendheid was fors hoger wanneer het opleidingsniveau hoger was. Bij mannen zonder opleiding was 15,4 % bijziend. Dit percentage liep op tot wel 65,1 % bij de universiteit studenten in 1987-91. Dit grote onderzoek bewijst dat te lang dichtbij kijken, zoals je bij lezen en bij het gebruik van de computer doet, voor bijziendheid zorgt (M.T. Tay, K.G. Au Eong, C.Y. Ng and M.K. Lim, “Myopia and Educational Attainment in 421,116 Young Singaporean Males,” Ann. Acad. Med. Singapore, 1992, Nov;21(6):785-91).

Deze conclusie is bevestigd door een recentelijk onderzoek gepubliceerd op 10 juli, 2004 in de New Scientist in een artikel genaamd “Lifestyle causes myopia, not genes.” Hier kun je het artikel vinden, en hieronder staat het stuk vertaald in het Nederlands:

In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken zijn de mensen in Azië genetisch niet meer vatbaar  voor bijziendheid dan alle andere bevolkingsgroepen. Dit blijkt namelijk niet zo te zijn, volgens onderzoekers die studies in het verleden hebben geanalyseerd.

De epidemie van bijziendheid in landen zoals Singapore en Japan, komt vooral door veranderingen in hun levenstijl. Hetzelfde kan binnenkort in veel westerse landen gaan gebeuren, als ook zij hun levenstijl veranderen.

“Als kinderen meer tijd binnen in huis besteden, zoals bij computeren of televisie kijken gebeurt, worden ze net zo bijziend.”zegt Ian Morgan van het Visual Sciences Group at Australian National University in Canberra.

Bijziendheid neemt toe op de meeste plaatsen, maar vooral in Singapore heeft het enorme hoogtes bereikt. Daar is 80 % van de leger rekruten van 18 jaar bijziend. Terwijl dit dertig jaar geleden zo’n 25% was.

Werkgevers zoals de politie hebben zelfs problemen met het vinden van mensen die aan hun eisen voldoen, namelijk goede ogen. Ook extreme bijziendheid, wat tot blindheid kan leiden, komt steeds vaker voor.

Er is weinig twijfel over tenminste een onderliggende oorzaak. Kinderen kijken nu veel meer dichtbij, zoals bij lezen en computeren gebeurt. Het oog compenseert dit door langer te groeien. Een verlengd oog kost het namelijk minder moeite om te focussen op dicht bijzijnde objecten. Door het verlengde oog kan je niet goed meer in de verte zien.

Het gaat erom hoe het komt dat de hoeveelheid bijzienden in Azië zoveel hoger is dan ergens anders. De conventionele blik is dat de mensen in dit gebied genetische variaties hebben die hen meer vatbaar maken. Maar na het bekijken van 40 studies hebben Morgan en Kathryn Rose van de Universieteit in Sydney beargumenteerd dat er geen bewijs is om dit te ondersteunen.

Het paar wiens werk wordt gepubliceerd in “Progress in Retinal and Eye Research” hebben verschillende bewijzen om het idee te weerleggen dat genen het verschil kunnen verklaren van de Aziatische bijziendheid epidemie. Een daarvan is bijvoorbeeld het feit dat 70 % bijziend is van de 18-jaar oude mensen in Singapore die oorspronkelijk uit India komen. In India zelf is dit dit slechts 10 %.

Een andere studie onderzocht het percentage bijzienden van jongens tussen de 14 en 18 jaar in zowel Israëlische religieuze- als staatsscholen. In de Israëlische religieuze scholen, waar kinderen veel religieuze teksten moeten lezen, was 80 % van de kinderen bijziend. In de staatsscholen was slechts 30 % van de jongens bijziend.

Een andere studie van onderzoekers van de Spaanse “Complutense University” wees uit dat 31,3% van de studenten uit het eerste jaar bijziend was. Van deze mensen was 4 tot 6 jaar later, in hun laatste jaar, 49% bijziend. De onderzoeker Dr. Rafaela Garrido, die haar resultaten presenteerde op de 10e Internationale Bijziendheid Conferentie (10th International Myopia Conference) in Cambrigde in juli 2004 zegt: “Sommige studenten besteden een te lange tijd aan dichtbijwerk met de ogen. Dit is ook een probleem bij mensen die lang achter de computer zitten of een microscoop gebruiken. Maar het is moeilijk vragen aan studenten of ze minder willen lezen, omdat het essentieel is om het jaar te halen. Toch is het belangrijk dat we manieren vinden om het oog rust te geven. Klik hier voor een link naar het artikel.

 

2. De lens van het oog verandert door de musculus ciliaris als je dichtbij kijkt.

Bewijs:

Dit is algemene kennis en kun je overal terug vinden

3. Te lang dichtbij kijken (accommoderen) zorgt ervoor dat de musculus cilaris verkrampt zodat die een verlenging van het oog veroorzaakt, wat resulteert in bijziendheid.

Bewijs:

Dit is vanzelf sprekend. Veel bijzienden hebben opgemerkt dat hun zicht op afstand slechter is na een lange tijd lezen. Na een korte tijd van rust, wordt het zicht weer beter. Dit is uit te leggen doordat de musculus cilaris nog niet heeft kunnen rusten na een lange tijd ingespannen te zijn. Dit veroorzaakt dus slechts een tijdelijke verkramping (op slot zitten) van de musuculus ciliaris, omdat normaal zicht weer snel terug komt.

Het tijdelijk op slot zitten van de spier zal na een nacht slapen wel over gaan. Maar als er teveel dichtbij is gekeken, dan ontwikkelt zich een tweede stage, namelijk het chronisch op slot zitten van de spier! Dit zorgt ervoor dat de spier niet ontspant na een nacht slaap. Verder wordt het verergert zodra je de volgende dag weer veel dichtbij gaat kijken!

De musculus ciliaris zit vast aan weefsel (de sclera of het oogwit) wat zich rondom het oog bevindt. Wanneer dit weefsel constant in spanning wordt gehouden, vanwege het op slot zitten van de musculus cilaris, begin het uit te rekken. Hierdoor neemt de druk toe in het corpus vitreum (glasachtig lichaam of glasvocht) Studies hebben laten zien dat de druk in het oog toeneemt als je accommodeert. De druk kan wel tot 50% oplopen. Dit is een heldere indicatie van de kracht die uitgeoefend wordt door de musculus ciliaris. In deze tijd zorgt het uitgerekte sclera dat het oog langer wordt. De toename van het volume wordt gevuld door vloeistof wat wordt geproduceerd door de musculus ciliaris zelf. De vloeistof die al in het glasachtig lichaam was wordt zo wateriger, en dit is de voornaamste reden waarom bijzienden (myopie) vaker “floaters” (dit zijn glasvocht vertroebelingen) zien dan niet bijzienden.

Een sterk bijziend oog kan wel 25% langer worden dan een normaal, niet bijziend oog. Dit is uitgewezen door röntgenstralen en het bestuderen van de ogen van kadavers. In veel boeken over de ogen zijn zulk soort plaatjes gepubliceerd. Sommige claimen dat het verlengen van de ogen wordt veroorzaakt door een onbekend, erfelijk iets in onze genen. Het is echter bewezen dat dit niet waar is.

Het bovengenoemde New Scientist artikel bevestigd dat er weinig twijfel is over tenminste een onderliggende oorzaak van bijziendheid (myopie) Kinderen besteden tegenwoordig veel van hun tijd aan het focussen op dichtbijzijnde objecten. De oogbal groeit lang om dit te compenseren. Op die manier kost het het oog minder moeite om te kunnen accommoderen, maar het verlengde oog kan zich niet langer meer focussen op objecten in de verte.

 

4. Als minus correctieglazen worden gedragen, moet je meer accommoderen.

Bewijs:

Het is wel bekend dat licht divergeert van minus (concave) lenzen. Hierdoor moet het oog meer accommoderen om het licht te bundelen op het netvlies.

 

5. De musculus ciliaris blijft in de verkrampte houding (op slot) als je veel blijft accommoderen.

Bewijs:

Dit is logisch, want de musculus ciliaris heeft zo geen mogelijkheid om zich te kunnen ontspannen.

 

6. Het verlengde oog kan niet teruggroeien.

Bewijs:

Er is geen bewijs gevonden in literatuur over het oog die aantoont dat het verlengde oog weer terug kan groeien.

 

7. Als plus (leesbrillen) draagt neemt de accommodatie af.

Bewijs:

Het is een welbekend kenmerk van plus lenzen (convex) dat ze het licht convergeren. Dit helpt de lens van het oog (ook convex) zodat het oog zelf minder hoeft te accommoderen, om het licht te bundelen op het netvlies.

 

In het boven genoemde New Scientist artikel zegt Karla Zadnik van de “Ohio State University College of Optometry in Columbus, Ohio” dat lenzen die de hoeveelheid dat ogen moeten focussen op dicht bijzijnde objecten (accommoderen) verminderen, de stress van het oog doen laten afnemen. Zo wordt de achteruitgang van een bijziendheidoog afgeremd.

Ze zegt er echter bij dat studies volgens haar hebben aangetoond dat dit slechts een beetje helpt. Hier in tegen, willen wij aanduiden dat Zadnik niet weet van het gepubliceerde Myopter studie die hieronder wordt genoemd. Hier werden + lenzen succesvol gebruikt om bijziendheid bij kinderen te verminderen. En ze begrijpt waarschijnlijk ook niet dat de reden dat “studies laten zien dat het niet zo veel helpt”, zoals ze het zegt. De reden is namelijk dat deze studies opzettelijk zijn ontwikkeld om te laten zien dat de preventieve benadering van bijziendheid niet werkt.

 

Zoals bijvoorbeeld een studie in 1984 in “the College of Optometry in Houston in Texas” had aangetoond. The “Houston Myopia Control Study” gaf kinderen bifocals (multifocale) brillen met een volledige correctie aan het bovenste gedeelte van de bril en +1 en +2 diopter aan de onderkant van de bril. Wanneer je beseft dat veel kinderen hun neuzen in de boeken stoppen en ze zo wel +8 tot +10 diopters voor accommodatie gebruiken, zul je begrijpen dat het geen zin heeft om een dergelijk kleine positieve correctie te doen aan de onderkant van de bril. Verder werden de kinderen ook niet geadviseerd om het boek niet te dichtbij te houden en alleen in goed licht te lezen etc. Het is dus geen wonder dat de studie negatief resultaat gaf.

 

8. De achteruitgang van het bijziende oog wordt minder naarmate je minder accommodeert

Bewijs:

In een studie getiteld “Bifocal Control of Myopia,” beschreven Kenneth H. Oakley en Francis A. Young hoe zij multifocale brillen met plus lenzen gebruikten op kinderen om de verslechtering van hun bijziende ogen te verminderen naar slechts een fractie van wat het anders zou zijn. Kortom ze werden elk jaar wel iets meer bijziend, maar dit ging veel minder snel dan zonder de leesbrillen. (American Journal of Optometry and Physiological Optics, 52, no. 11, November, 1975).

 

Een studie in Hong Kong liet ook zien dat de bijziendheid van kinderen met een niet volledige correctie minder hard achteruit ging dan kinderen met een volledige correctie. Kinderen die geselecteerd werden voor het onderzoek waren tussen de 9 en 12 jaar oud. Ze waren allemaal bijziend, met een afwijking van -1 tot -5 D. De kinderen werden verdeeld in 3 groepen. Elke groep werd een ander type bril gegeven om te dragen tijdens een twee jaar lang durend onderzoek. De eerste groep droeg brillen met een volledige correctie; de tweede groep droeg glazen met een correctie van +1,5; en de derde groep droeg glazen met +2. Alle kinderen werden om de 6 maanden onderzocht om de achteruitgang van hun ogen te checken. 86 kinderen maakten het onderzoek af. Zoals verwacht liet het resultaat zien, dat een minder sterke correctie ook een minder sterkere achteruitgang liet zien. (Leung JT, Brown B. Progression of myopia in Hong Kong Chinese schoolchildren is slowed by wearing progressive lenses. Optom Vis Sci 1999; 76:346, 354. Published 10/07/00).

Volledige correctie glazen:  -1,23 D toename

Correctie glazen met +1,50: -0,76 toename

Correctie glazen met +2,00: -0,66 toename

Het is duidelijk dat zowel te lang dichtbij kijken als het gebruik van minus glazen een verkramping van de musculus ciliaris veroorzaakt. Leesbrillen kunnen dit dus voorkomen.

 

9. Het gebruik van een sterke leesbril (+) die COMPLEET alle accommodatie doet wegnemen werkt niet alleen om het verlengen van het oog tegen te gaan, het kan ook zelfs helpen om het zicht zelfs te VERBETEREN, door de musculus ciliaris te ontspannen.

 

Bewijs:

Het eerste gedocumenteerde en succesvol gebruik van plus lenzen op deze manier werd gedaan door Donald S.Rehm, die werkte met Sidney Heller, een Pittsburgh, Pennsylvania optometrist in 1974. Kinderen tussen de 5 en 14 jaar werden gebruikt en ze ervaarden allemaal een verbetering van hun zicht.Verbeteringen tot wel -1 D werden behaald. (Donald S. Rehm, “Some Case Histories,” The Myopia Myth – The Truth about Nearsightedness And How to Prevent It, pages 101-106, Published 1981 by the International Myopia Prevention Assn.).

De plus lenzen werden gebruikt in een apparaat genaamd de Myopter (viewer) (Donald S. Rehm, “The Myopter Viewer: An Instrument for Treating and Preventing Myopia,” American Journal of Optometry and Physiological Optics, Volume 52, May, 1975.) Dit apparaat zorgt ervoor dat je ogen zowel niet hoeven te accommoderen als convergeren. Hierdoor lijkt de afstand nog verder en hoeven je ogen minder in te spannen, dan bij een plus bril.

Een aantal mensen die geholpen zijn door de Myopter viewer, staan hieronder beschreven:

Geval 1: Maureen B, een vrouwelijke student. Ze werd voor het eerst gezien op 11 september, 1974 op 9-jarige leeftijd. Haar afwijking bedroeg:

Rechts: -0,25
Links: -0,5

Ze droeg een Myopter viewer met +2 lenzen voor al het dichtbijwerk. Ze werd om de 4 weken gecheckt. Na 6 maanden had ze geen afwijking meer. Ze bleef een multifocale bril gebruiken voor al het dichtbijwerk en haar zicht bleef goed. Deze multifocale bril was 0 voor in de verte en +1,25 voor dichtbij (lezen etc).

Geval 2: Penny H, een vrouwelijke student. De eerste afspraak met haar was op 6 juli 1974 toen ze tien jaar was. Haar afwijking bedroeg:

Rechts: -1 D
Links: -1 D

Haar werd een Myopter viewer gegeven met +2 lenzen voor al het dichtbij werk. Vier weken later, werden de Myopter lenzen veranderd naar +2,25 D. Op 8 september 1974 werden de Myopter lenzen veranderd naar +2,5 D. Nadat ze het instrument gebruikte voor nog vier maanden, bereikte ze weer een normaal zicht -0. Hierna werd ze om de maand gecheckt en ze bleef een goed zicht behouden.

 

Geval 3: Luanne A een meisjes student. Zij had haar eerste afspraak op 27 augustus in 1974 toen ze veertien jaar was. Haar afwijking bedroeg:

Rechts: -0,75 -0,25x 90

Links: -0,75

Zij werd de Myopter viewer gegeven met +2,5 D lenzen voor al het werk dichtbij. Op 21 September 1974 had ze weer een afspraak, maar lieten haar ogen geen verbetering zien. De Myopter lenzen werden dus veranderd naar +3 D. Een maand later was haar zicht verbeterd naar:

Rechts: -0,5
Links: -0,25

Op 15 februari 1975 was haar zich weer goed geworden, met een afwijking van -0. Ze bleef een multifocale bril gebruiken, met 0 aan de bovenkant voor in de verte, en + 1,25 voor al het dichtbij werk.

Geval 4: James H een mannelijke student. Hij werd voor het eerst gezien op 20 mei toen hij 8 jaar was. Zijn oogafwijking bedroeg:

Rechts: -1 -0,25 x 90
Links: -1 -0,25 x 90

Hij werd een Myopter viewer geven met +2 D lenzen. Twee maanden later was zijn zicht verbeterd naar:

Rechts -0,75 -0,50 x 90
Links: -0,50 -0,25 x 90

Nu werden de Myopter lenzen veranderd naar + 2,50 D. Zijn zicht werd gecheckt op 28 september 1974 en was verbetert naar:

Rechts: -0,50
Links: -0,50

Hij werd om de zes weken gecheckt en op 15 maart 1975 had hij een goed zicht bereikt, met een afwijking van -0. Hij bleef een multifocale bril gebruiken met +1,25 voor al het werk dichtbij en 0 voor in de verte.

Het COMET proces geleid door de U.S. National Eye Institute heeft ook verder bevestigd dat plus lenzen de verslechtering van de ogen bij bijzienden doet afnemen, wanneer ze correct worden gebruikt. Het COMET proces wordt hevig bediscussieerd in the Petition of the International Myopia Prevention Association die je hier kan bekijken.

10. Het is bewezen dat bijziendheid (myopie) niet erfelijk is.

Bewijs:

Onderzoekers van de Washington State University hebben de ogen onderzocht van kinderen in Barrow, Alaska. Zij hebben gevonden dat 60% daar bijziend is. Maar wanneer zij hun ouders en grootouders onderzochten vonden zij dat zij allen geen enkele vorm van bijzienheid hadden. De reden voor dit verschil is dat de kinderen het voordeel van de verplichte scholing kregen. Hun ouders en grootouders waren analfabeet. (Francis A. Young et al, “The Transmission of Refractive Errors within Eskimo Families,” American Journal of Optometry and Archives of the American Academy of Optometry 46, no. 9, September, 1969).

Dit is onomstotelijk bewijs dat de erfelijke bijziendheid een mythe is.hi

Bovendien, in het boven genoemde stuk van het New Scientist artikel zegt Dr. Ian Morgan dat zelfs als de genen zouden evolueren, dan nog is de grote hoeveelheid dichtbijwerk wat we doen, van veel grote invloed op onze ogen dan de genen.